Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Wake up call

 Gisterenmorgen stond ik op en voelde ik me niet 100%. Ik voelde dat ik draaide. Niks om over te panikeren, ik heb dat wel al meer, ben dat gewoon door mijn lage bloeddruk. Ik ging gewoon liggen en wachten tot het overging. Ik stond recht en wou terug in mijn bedje kruipen, maar dat heb ik niet gehaald. Ik werd 'wakker' met mijn hoofd op een bar van de trap en mijn ventje naast me die me vroeg of ik nog ademde. Ik verschoot. En ben in mijn bed gekropen. Ik merkte al gauw dat er meer aan de hand was. Bloed op mijn hoofdkussen. Tintelingen in enkele vingers van mijn rechterhand. Ik voelde achteraan mijn hoofd een gat zitten dat overeenkwam met de buis waarop ik gevallen was. Dan toch maar naar de huisartsenwachtpost. Hoofdwonde achteraan bleek 6cm groot en werd genaaid. De plaats van de hoofdwonde is een klein groot gelukje, enkele centimeters lager zou niet zo goed geweest zijn. Voor de tintelingen in mijn arm en een check van mijn hart etc werd ik doorverwezen naar spoed. Hartf
Recente posts

Gelukkig zijn

 Na het sporten ben je erg misselijk. Je ging ervoor met de cardio en vraagt me heel serieus om rustig te rijden. Klonk grappig, alsof ik anders rakelings door elke bocht ga. Tijdens het rustig naar huis rijden, ben je weinig van zeg. Zoals vaak, maar meestal na het sporten lukt het me om te babbelen.  Ik vraag je hoe het gaat in je groep, of je goed overeenkomt met iedereen. Je zegt me dat er een nieuwe is en dat het daar niet mee gaat klikken. Dat zeg je van elke nieuwe. Als ik je vraag waarom, zeg je dat ze iets gedaan heeft wat je al niet aanstaat. Als ik vraag wat dan, zeg je me dat ik het niet mag weten. Ik vraag je of je deze week al iets goeds voor jezelf hebt kunnen doen. Je vraagt me wat ik hiermee bedoel. Ik zeg je dat dat iets is dat je vooruit helpt. Je antwoordt dat je opnieuw de website om eten te bestellen gevonden hebt binnen de opnamedienst. Je catalogeert dit onder iets goed voor jezelf. Ik lach in mezelf, tuurlijk neem je dit heel letterlijk. Ik vergeet het soms nog

Gezinstherapie

 Ik rijd rechtstreeks van school naar het opnamecentrum. Papa komt ook apart met de auto naar daar, hij werkt van thuis. Samen rijden lukt niet, want dan halen we nooit het ene moment dat nog vrij was bij de gezinstherapeut. Onderweg naar jou zegt mijn lichaam: ik heb hier geen zin in. Het gevoel van 'been there, done that', van 'het haalt toch niks uit' en van 'straks weer aan mezelf werken om hier weer bovenop te geraken' overheerst. En daar word ik niet happy van. Papa en ik arriveren ongeveer gelijktijdig en we kunnen bijna onmiddellijk aan de slag. Opnieuw de gekende setting: witte muren, ziekenhuisgroene stoelen. Ik huiver er ondertussen al van. Ik bedenk bij mezelf dat een plant in de hoek misschien al een beetje het verschil zou kunnen maken. En een gezellige lamp ook, ipv die witte tl-buizen.  Jij komt binnen met je gebruikelijke gelaatsuitdrukking van ik-heb-geen-goesting-in-dit-gedoe-itis. De therapeut benoemt onmiddellijk je gelaatsuitdrukking, maar

Maandagochtend

 's Nachts stuur je een berichtje met de vraag je op tijd te wekken om nog een bad te kunnen nemen. Ik weet dat het minstens een week geleden is. We wekken je om 7u, om 7u10, om 7u20, .... Van je goede voornemens om op tijd op te staan, blijft niets meer over. Uiteindelijk zie ik je niet meer als ik naar mijn werk vertrek. Het blijft heel vreemd zo weinig contact te hebben.  Papa brengt je naar opname. Woensdag zien we elkaar daar weer voor gezinstherapie. 

Die nachten

 Als ik mensen vertel over onze thuissituatie, krijg je steevast als vraag: en heb je hulp? Als je dan zegt: ja, hij is in opname, dan zeggen diezelfde mensen: ah, dat is goed. Kous af. Probleem opgelost. Eigenlijk wil je hen vertellen dat je jaren de deuren plat gelopen hebt om een plekje te bemachtigen in een opnamecentrum op aanvaardbare afstand. Dat je na 3 jaar nog maar amper verbetering ziet. Dat deze situatie echt wel een gezin kapot maakt. Dat je, als je niet oppast, er als persoon aan kapot kan gaan. Dat ik verdorie al kei hard moeten knokken heb om te blijven staan, gevloekt heb ik al, geweend, geschreeuwd, maar ook gevochten. Ik heb leren een stevig muurtje te bouwen om niet steeds alles binnen te laten komen en, mijn grote valkuil, alles persoonlijk te nemen. Die nachten... als je thuis bent, dwaal je door het huis. Je kan de slaap niet vatten. Je bent heel onrustig. Je loopt van je kamer naar de badkamer en terug je kamer in. Nog geen kwartier later hoor ik je de trap afga

Ik heb er echt genoeg van

 Je bent moe, altijd maar moe. Je hebt in niks zin, behalve in gamen, alcohol drinken en sigaretten roken. Je wast je zelden. Je wisselt heel weinig je kledij. Je poetst niet je tanden. Je liegt. De telefoon gaat. De assistent-psychiater brieft me dat ze opnieuw bloed getrokken hebben omdat je een zeer vermoeide indruk geeft. Voorlopig komen er maar heel minieme afwijkende waarden uit, maar ze gaan nog bijkomende testen doen.  Op weg naar huis stuur je vanuit de auto dat je niet kan gaan sporten, misselijk en zwak. Je komt thuis toe. Ik vertel je wat de assistent-psychiater me zei. Je antwoordt heel kortaf dat je niet snapt waarom ze bijkomende bloedtesten doen, want dat je je goed voelt. Je zegt alleen misselijk en zwak te zijn van de bloedafname. Get a life, denk ik. Ik bel de assistent-psychiater met jouw feedback. Hij zegt er maandag verder mee aan de slag te gaan. Het weekend belooft weer geweldig te worden. Ik zou zo vertrekken. Heb het echt gehad met jouw leugens. En de enige di

Throwback

 26 februari 2021. De telefoon gaat rond 21u30. Het is de mama van je toenmalige beste vriend met de vraag of je thuis bent. Je komt net met je fiets de oprit opgereden en ik zeg haar 'net, ja'. Je vriend had even daarvoor een berichtje van je gekregen dat je zelfmoord ging plegen en aan de trein stond. Wat er toen door me heen ging, krijg ik moeilijk verwoord. Hartslag die ongelooflijk de hoogte in gaat, je lichaam geeft het gevoel alsof je elk moment uit elkaar kan spatten. Je bent radeloos en vol onmacht. Je wil handelen, maar bent compleet verlamd. 1 januari 2023. Rond 22u30 ga je even naar buiten zoals je wel meer doet als je een sigaretje gaat roken. Ik zie door het raam een lichtje flitsen en denk nog bij mezelf 'dat is raar', maar tegelijk sussen mijn gedachten me met 'het was zijn gsm die oplichtte'. Na een kwartier word ik erg onrustig. Je bent nog niet binnen. We zoeken je buiten in onze tuin en rond het huis, maar vinden je niet. Ik stuur je een beri